Psychodynamic psychiatry in clinical practice
Glen O. Gabbard M.D.

Bibliographic Data
STATUS: READING NOW| Pages Count | 625 |
|---|---|
| Publisher | American Psychiatric Publishing |
| Pub Date | 2000-01-01 |
| Date Archived | N/A |
| Registry ID | 1585624438 |
Field Notes
%% ts: 2026-05-31T12:08:30Z %% "Het superego is grotendeels onbewust en vertegenwoordigt de internalisatie van morele waarden van ouders en anderen uit de omgeving van het individu." (p. 15 | 31-05-2026) %%end%%
%% ts: 2026-05-31T12:22:33Z %% "Dit structurele model leent zich voor een theorie over onbewuste conflicten. De drie intrapsychische machten id, ego en superego hebben voortdurend een conflict over de uiting en de ontlading van seksualiteit en agressie. Door die conflicten tussen deze machten wordt signaalangst geproduceerd (Freud, 1936/1959). Dit type angst wijst het ego erop dat het een afweermechanisme nodig heeft om uitingen van agressie of seksualiteit te beteugelen die verboden zouden zijn. En daardoor ontstaan de symptomen die met neurotische conflicten te maken hebben. Met andere woorden: conflicten roepen signaalangst op, wat een afweermechanisme tot gevolg heeft, hetgeen vervolgens weer leidt tot een compromis tussen het id en het ego of tussen het id en het superego. Een symptoom zou je dan dus kunnen beschouwen als de vorming van een compromis dat beschermt tegen een verlangen, terwijl dat verlangen tegelijkertijd in verhulde vorm ingewilligd wordt." (p. 16 | 31-05-2026) %%end%%
%% ts: 2026-05-31T12:28:27Z %% "Bij het mannelijke kind werd de ontwikkeling van het superego gezien als het resultaat van de oedipale ontwikkelingsfase. Het kind legt zich neer bij het feit dat hij zijn moeder niet kan bezitten vanwege de agressie tegen zijn vader die inherent is aan dergelijke wensen, en het kind legt zich er met tegenzin bij neer dat het beter is om zich met zijn vader te identificeren, dan om de vergelding van zijn vader te riskeren. De angst voor castratie werd gezien als een fundamentele zorg van het mannelijke kind in de oedipale fase: het kind is bang dat zijn vader terug zal slaan door een aanslag op de geslachtsorganen van het kind. Om deze afschrikwekkende mogelijkheid te vermijden, identificeert de jongen zich met zijn vader en gaat hij op zoek naar een vrouw die op zijn moeder lijkt, waarmee hij voorkomt dat hij direct met zijn vader concurreert." (p. 21 | 31-05-2026) %%end%%
%% ts: 2026-06-02T08:49:29Z %% "Onveilige gehechtheid vergezeld van trauma of verwaarlozing kan de ontwikkeling van het vermogen om te mentaliseren belemmeren, dat wil zeggen: de geest van iemand anders of je eigen geest als een bron van motivatie zien." (p. 23 | 02-06-2026) %%end%%
%% ts: 2026-06-02T08:56:39Z %% "Projectieve identificatie betekent dat de patiënt onbewust een zelf- of een objectrepresentatie op de therapeut projecteert en vervolgens door interpersoonlijke druk uit te oefenen, de therapeut 'ertoe brengt' om eigenschappen aan te nemen die lijken op de geprojecteerde representatie. Dat betekent dat de patiënt zich op een irritante manier kan gedragen tot de therapeut ook geirriteerd raakt en zich onbewust op dezelfde manier gedraagt als een kwaad object uit het verleden van de patiënt." (p. 24 | 02-06-2026)
- Een vraag die ik heb is waarom de patiënt onbewust dit gedrag gaat uitlokken. Ik begrijp wel wat er beschreven staat, maar ik begrijp niet waarom dit gebeurt.
- Herhalingsdwang, hoewel pijnlijk kan het bekende toch als veilig worden ervaren.
- Onbewuste test.